Winkelwagen
Loading

"De groteske leider van het Grote Bos – fabel in Digimari-stijl"

In het Grote Bos, waar symboliek diep wortelt en elke echo een verhaal draagt, ontvouwt zich een fabel over macht, angst en groteske zelfverheerlijking.

Een ziekelijke oude bewoner, verdwaald in zijn eigen waan, rukt de stilte uiteen met dreigementen en leugens.

Wat volgt is een verhalende spiegeling van leiderschap zonder waarheid, in een bos dat weigert te buigen.


In het Grote Bos, waar stilte en harmonie ooit heersten, stond een oude, ziekelijke bewoner op.

Zijn rug krom als een verdorde tak, zijn adem piepend als een lekkende fluit, maar zijn stem luid genoeg om de stilte te verscheuren.

Hij riep zichzelf uit tot Opperleider van het Bos, onder valse verkiezing, zonder toestemming.


Vanaf zijn troon van rot hout hield hij toespraken die langer duurden dan de nacht.

"Ik ben de schepper van dit bos!" bulderde hij.

"De zon komt op omdat ik het beveel, de regen valt omdat ik het wens.

Wie mij tegenspreekt, zal ik verbannen naar het duistere moeras, waar geen vogel ooit zingt!"


Zijn woorden waren zo groot en grotesk dat zelfs de wolken leken te sidderen.

De dieren, van muis tot hert, luisterden met bonzende harten.

Want wie hem durfde uit te lachen, kreeg dreigementen:

dat hun holen zouden instorten, dat hun jongen zouden verdwijnen, dat hij de rivier zou laten opdrogen.


Hij zwaaide met zijn knokige vingers alsof hij de macht had om wortels uit de aarde te rukken.

Zijn beweringen waren zo vals dat ze bijna lachwekkend waren.

Hij zei dat hij persoonlijk de bliksem had uitgevonden, dat hij de uilen wijsheid had geleerd, dat hij de beren hun kracht had geschonken.


Wanneer een storm bomen brak, riep hij dat dit zijn overwinning was.

Wanneer de oogst mislukte, beweerde hij dat dit juist een teken van voorspoed was.


De vos fluisterde:

"Hij dreigt ons met rampen die hij niet kan veroorzaken."

De das antwoordde:

"Maar toch siddert iedereen, want zijn stem klinkt als donder."


Zo leefden de bewoners in angst, gevangen in een web van leugens en dreigementen.

Ze knikten, ze juichten, ze deden alsof ze geloofden, want niemand durfde hem tegen te spreken.


En terwijl het bos zijn eigen ritme bleef volgen, bleef de oude bewoner zichzelf prijzen als de enige redder, de enige schepper, de enige waarheid.


Maar diep onder de wortels, waar stilte sterker is dan geschreeuw, wist het bos dat zijn woorden niets waren dan wind.


En terwijl de bomen blijven groeien, de dieren blijven fluisteren en de rivier blijft stromen, vervaagt de stem van de zelfverklaarde leider in het ruisen van de bladeren.

Want in het Grote Bos overwint altijd de waarheid die geen woorden nodig heeft.