Winkelwagen
Loading
stoptober dierenfabel

De Vos die in oktober gewoon bleef roken

Op de eerste ochtend van oktober ontdekte Felix de Vos dat de wereld zich opnieuw met hem wilde bemoeien.

Op het dorpsplein hing een groot bord over Stoptober, bij de bakker lagen folders, de apotheker had zijn raam volgeplakt met goede bedoelingen en zelfs de uil had een stapeltje informatie op zijn tafel liggen. Felix bekeek het geheel vanaf een bankje, stak rustig een sigaret op en dacht dat oktober vroeger gewoon een maand met vallende bladeren was geweest.


Felix wist heus wel dat roken ongezond was.

Daar hoefde geen dokter, minister, uil of opgewekte campagneleider hem meer van te overtuigen.

Hij wist dat rook zijn longen niet schoner maakte, dat nicotine verslavend was en dat hij waarschijnlijk langer zonder sigaret zou leven dan mét.

Hij betaalde bovendien bij iedere aankoop zoveel accijns dat hij soms het gevoel had persoonlijk een halve brug, drie lantaarnpalen en minstens één ambtenaar te onderhouden.

Bij sommige verzekeringen werd zijn rookgedrag ook niet bepaald als aanbevelingsbrief beschouwd.

Dat allemaal ontkende hij niet.


Wat hem tegenstond, was dat iedereen vervolgens leek te denken dat zijn gewoonte automatisch gemeenschappelijk bezit was geworden.

Voor Felix was die sigaret namelijk niet alleen nicotine.

Ze hoorde bij een stoel achter zijn hol, een kop koffie, tien minuten waarin niemand iets van hem hoefde en dat merkwaardige moment waarop hij zichzelf toestemming gaf om gewoon even te zitten.

Natuurlijk wist hij dat hij daarvoor technisch gezien geen sigaret nodig had.

De uil had dat ooit behulpzaam uitgelegd. Felix had hem toen gevraagd waarom de uil iedere avond met een kop thee op precies dezelfde tak ging zitten. “Omdat ik daarvan tot rust kom,” had de uil gezegd.

Felix had tevreden geknikt.

“Mooi. Dan begrijpen we elkaar.”


Het vreemde vond Felix vooral dat het bos bij andere gewoonten veel ingewikkelder kon denken.

Bij het café stond iedere vrijdag een bord met Gezellig Weekend en binnen werd wijn geschonken totdat sommige dieren hun eigen poten opmerkelijk slecht begonnen te besturen.

Niemand hing daar een vrolijke maandcampagne naast met de mededeling dat alcohol niet alleen leverproblemen kon geven, maar ook ongelukken, agressie, ruzies en ellende voor dieren die zelf geen druppel hadden gedronken.

Alcohol hoorde nu eenmaal bij een feestje, een diner, een overwinning, een verjaardag, een verdrietige dag en kennelijk ook bij het herstellen van de gevolgen van de vorige avond.

Felix vond dat een buitengewoon flexibel product.

Dat alcohol niet onschuldig was, was overigens geen verzinsel van hem; ook buiten het bos was bekend dat de schade anderen kan raken via onder meer geweld, verkeersongevallen en problemen thuis.


Drugs vond hij nog merkwaardiger.

Iedereen was het erover eens dat ze een probleem waren, waarna er een gesprek volgde over hoe ingewikkeld het probleem precies was.

Er waren handelaren, verslaving, criminaliteit, laboratoria en vaten chemische rommel die soms ergens werden achtergelaten waar vooral bomen, bodem en toevallige voorbijgangers er plezier van hadden.

De politie vond zelfs nog steeds productielocaties en drugsafvaldumpingen.

Toch hoorde Felix nooit iemand zeggen:

“Oktober wordt voortaan Geen-Cocaïne-Maand en we verwachten dat iedereen na achtentwintig dagen klaar is.”

Waarschijnlijk paste dat slecht op een poster.


Toen kwam het vuurwerk. Vanaf dit jaar is het gewone consumentenvuurwerk, afgezien van F1, verboden. Felix begreep waarom.

Hij had genoeg oudejaarsnachten meegemaakt waarop het bos de volgende ochtend leek alsof er een kleine oorlog met feestverlichting was gevoerd.

Gewonden, branden, bange dieren, vernielingen en hulpverleners die ondertussen ook nog moesten uitkijken wat er naar hun hoofd werd gegooid;

zelfs Felix vond dat moeilijk onder “traditie” te schuiven.

Bij de jaarwisseling 2025/2026 waren landelijk 1.239 mensen bij huisartsenpost of spoedeisende hulp terechtgekomen, terwijl ook honderden hulpverleners met geweld te maken kregen.

Toch hoorde hij in het café alweer iemand zeggen:

“Ze kunnen het wel verbieden, maar wie houdt ons tegen?”

Felix moest daarom lachen.


Kennelijk was vrijheid een eigenaardig dier.

Wanneer hij op een bankje een sigaret opstak, kreeg hij binnen twintig seconden advies over zijn gezondheid, maar wanneer iemand alvast nadacht over hoe hij een wettelijk vuurwerkverbod kon omzeilen, heette dat ineens volksaard.


De egel, die naast hem zat, vond dat Felix appels met peren vergeleek.

Felix zei dat dit klopte.

“Maar ze liggen wel allemaal in dezelfde fruitmand die ‘dingen die mensen zichzelf en soms anderen aandoen’ heet.”

Hij beweerde niet dat een sigaret hetzelfde was als een fles sterke drank, een drugslab of een vuurpijl. Juist niet.

Zijn punt was dat de samenleving bij ieder risico een andere meetlat gebruikte en vervolgens graag deed alsof die meetlat rechtstreeks uit de natuur kwam.


De uil luisterde daar een tijdje naar en vroeg uiteindelijk of Felix door al die tegenstrijdigheden soms dacht dat roken daardoor minder ongezond werd.

Felix keek hem aan. “Nee. Dat zou wel erg gemakkelijk zijn.”

Een ander probleem maakte zijn eigen probleem niet kleiner.

Als de buurman iedere avond dronken in de sloot viel, werden Felix’ longen daar geen spat schoner van. Als een drugslab ontplofte, veranderde zijn sigaret niet plotseling in broccoli.

En wanneer iemand illegaal vuurwerk afstak, werd nicotine er evenmin een vitamine van.


“Wat is dan je bezwaar?” vroeg de uil.

Felix drukte zijn sigaret uit en stopte de peuk in het metalen doosje dat hij altijd meenam, want hij vond dat zijn slechte gewoonte niet automatisch andermans straatvuil hoefde te worden.

Zijn bezwaar, legde hij uit, was het verschil tussen informeren en overnemen.

Vertel hem wat roken doet.

Belast het desnoods.

Bescherm anderen tegen zijn rook.

Verbied hem te roken op plekken waar anderen er last van hebben.

Daar kon hij allemaal een discussie over voeren en meestal zelfs begrip voor opbrengen.

Maar doe vervolgens niet alsof een volwassen vos die alle informatie kent alleen nog maar één maatschappelijk aanvaardbaar antwoord mag geven en anders kennelijk niet goed heeft geluisterd.


Dat was precies waarom Stoptober hem tegen de haren instreek.

De campagne bedoelde het waarschijnlijk goed.

Voor dieren die wílden stoppen kon zo’n gezamenlijke maand steun geven en Felix had er geen enkele behoefte aan dat belachelijk te maken.

Wat hem ergerde was het opgewekte idee dat oktober de ontbrekende schakel zou zijn voor iemand die misschien al dertig jaar rookte, twintig keer geprobeerd had te stoppen, zijn ochtend, werkpauze, autorit, koffie en rustmoment eraan had vastgeknoopt en heel goed wist wat er op het pakje stond.


De das vroeg hem of dat niet vooral een mooie verzameling excuses was.

Felix dacht daar opvallend lang over na. “Een deel waarschijnlijk wel.”

Dat vond de das zo’n onverwacht antwoord dat hij vergat verder te discussiëren.

Felix wist namelijk best dat gewoonte zich graag als overtuiging verkleedde.

Hij zei dat hij rookte omdat hij daar zelf voor koos, maar merkte ook dat zijn “vrije keuze” iedere ochtend opvallend stipt na de eerste koffie verscheen.

Hij zei dat een sigaret hem rust gaf, maar werd behoorlijk onrustig wanneer zijn pakje bijna leeg was.

Hij zei dat hij ieder moment kon stoppen, maar vond het merkwaardig onnodig om dat daadwerkelijk te bewijzen.

Zelfs zijn sceptische houding kon een handig schild zijn.

Zolang hij discussieerde over alcohol, drugs, accijnzen, verzekeraars en bemoeizucht hoefde hij niet na te denken over de veel eenvoudigere vraag of hij die volgende sigaret eigenlijk zelf nog wilde.

Dat besef maakte hem niet plotseling tot ex-roker.


De volgende ochtend zat Felix opnieuw achter zijn hol met koffie en een sigaret.

Hij genoot van de stilte, keek naar de nevel tussen de bomen en voelde geen enkele behoefte een heldhaftig besluit te nemen omdat de kalender oktober aanwees.

Wel rookte hij langzamer dan vroeger.

Soms liet hij een sigaret gewoon liggen.

Niet omdat Stoptober dat vroeg, maar omdat hij ontdekte dat het rustmoment ook bleef bestaan als er niets brandde.

Daar moest hij dan weer behoorlijk sceptisch over nadenken.


Halverwege de maand vroeg de uil of Felix inmiddels van plan was te stoppen.

Felix zei dat hij dat nog altijd niet wist.

Misschien ooit.

Misschien geleidelijk.

Misschien op een dinsdag in februari waarop geen enkele campagne hem feliciteerde.

Maar wanneer hij stopte, wilde hij tenminste het gevoel hebben dat het zijn besluit was en niet de overwinning van een poster.


De uil knikte. “En als je besluit door te roken?”

“Dan moet ik ook niet zeuren dat niemand me voor de gevolgen gewaarschuwd heeft.”

Daar kon zelfs de uil weinig aan toevoegen.


Aan het einde van oktober hing het Stoptoberbord er nog steeds.

Felix liep erlangs, stak een sigaret op en bleef even staan.

Hij vond de campagne nog steeds bemoeizuchtig,

de maatschappelijke moraal nog steeds selectief

en de wereld nog steeds buitengewoon bedreven in het aanwijzen van andermans slechte gewoonten. Maar één ding vond hij inmiddels minstens zo verdacht:

hoe gemakkelijk hij al die wereldproblemen kon gebruiken om zijn eigen gewoonte buiten schot te houden.

Hij nam een trek, keek naar de sigaret en glimlachte.

“Jij hebt eigenlijk verbazingwekkend veel argumenten voor zo’n klein ding.”

Daarna liep hij verder.


Hij was niet gestopt.

Maar voor het eerst had hij ook niet meer helemaal gelijk.


Moraal:

Wie zelf wil beslissen, moet niet alleen kritisch durven kijken naar de bemoeienis van anderen,

maar ook naar de smoesjes waarmee hij zichzelf met rust laat.

Vrijheid betekent niet dat een keuze gezond wordt omdat andere keuzes óók ongezond zijn.

Het betekent dat je de gevolgen kent,

anderen niet met jouw keuze belast

en uiteindelijk zelf verantwoordelijk blijft voor wat je ermee doet.