Winkelwagen
Loading
Een Nieuwjaarsfabel voor 2026 — De Uil, de Storm en het Licht

Een nieuwjaarsfabel voor 2026

De Uil, de Storm en het Licht


Aan het begin van een nieuw jaar zoeken we vaak naar woorden die zowel waarheid als troost dragen. Maar in een wereld die piept onder machtsspelletjes, dreigende taal, misleiding en leiders die hun eigen schaduw niet meer herkennen, is het soms moeilijk om helder te zien.

Daarom vertel ik je vandaag een fabel.

Een verhaal dat niet pretendeert de wereld op te lossen, maar wel een richting wijst.

Een verhaal dat ons herinnert dat zelfs in donkere tijden iets nieuws kan ontstaan.


De fabel

Er was eens een oud woud, zo uitgestrekt dat niemand het einde kende.

In dat woud leefden talloze dieren, maar de meest opmerkelijke was de Uil:

wijs, bedachtzaam en met ogen die zelfs door de dikste duisternis heen konden kijken.


Op een winteravond verzamelde de Uil alle dieren op de open plek. Een Nieuwjaarsfabel voor 2026 — De Uil, de Storm en het Licht

De lucht trilde van spanning;

er hing een storm in de verte, een storm die al maanden groeide.

De wind bracht geruchten mee van verre landen:

leiders die elkaar bedreigden, wolven die fluisterden in plaats van te spreken

en kraaien die met glanzende woorden de waarheid verstopten onder lagen van rook.


“De wereld buiten ons woud is onrustig,” zei de Uil.

“En die onrust kruipt langzaam onze wortels binnen.”

De dieren begonnen te murmelen.

De Vos sprak als eerste: “Maar wat kunnen wij doen?

De storm is te groot.

De machten te ver weg.”

De Uil knikte.

“Dat is waar.

Maar luister naar mijn verhaal.”


En hij vertelde over een tijd, lang geleden, waarin het woud ook geteisterd werd door dreiging.

Niet van buiten, maar van binnen.

De dieren vertrouwden elkaar niet meer.

De Beer dacht dat de Hert hem wilde verdrijven.

De Eekhoorn geloofde dat de Das zijn wintervoorraad zou stelen.

En de Merel zong alleen nog maar liederen van angst.


Een Nieuwjaarsfabel voor 2026 — De Uil, de Storm en het LichtTot er op een dag de storm werkelijk kwam.

Een storm die bomen ontwortelde en nesten wegblies.

Maar in die chaos ontdekten de dieren iets onverwachts:

ze hadden elkaar nodig.

De Beer beschermde het Hert tegen vallende takken.

De Eekhoorn deelde zijn noten met de Das.

En de Merel zong een lied dat iedereen bijeenbracht.

“De storm bracht vernietiging,” zei de Uil, “maar ook helderheid.

Want pas toen alles schudde, zagen de dieren wat werkelijk waarde had.”


De wind stak op terwijl hij sprak, alsof de nieuwe storm zijn woorden wilde onderstrepen.

De dieren kropen dichter bij elkaar.

“Vandaag,” vervolgde de Uil, “leven we opnieuw in een tijd waarin macht wordt misbruikt,

waarin waarheid wordt verdraaid,

waarin bedreigingen sneller reizen dan licht.

Maar laat je niet misleiden:

dit is niet het einde van het verhaal.

Stormen komen niet alleen om te breken.

Soms komen ze om te onthullen.”


Hij spreidde zijn vleugels.

“Wij kunnen de wereld niet in één keer veranderen.

Maar we kunnen wel kiezen hoe wij ons gedragen.

We kunnen kiezen voor helderheid in plaats van ruis.

Voor samenwerking in plaats van angst.

Voor waarheid, zelfs wanneer anderen kiezen voor schaduwen.”


De dieren luisterden.

En in hun ogen verscheen iets dat de Uil al lang niet meer had gezien:

vastberadenheid.

“De storm komt,” zei hij zacht.

“Maar wij staan niet machteloos.

Want hoop is geen luxe.

Hoop is een keuze.”


En zo begint dit nieuwe jaar:

niet met naïef optimisme, maar met een helder, volwassen vertrouwen dat zelfs in een wereld vol dreiging iets nieuws kan groeien.

Dat wij, ieder op onze eigen plek, licht kunnen brengen waar duisternis te luid wordt.


Moge 2026 een jaar zijn waarin we niet wegkijken, maar opstaan.

Niet verharden, maar verbinden.

Niet verdwalen in ruis, maar kiezen voor richting.


  • Een nieuw jaar.
  • Een nieuw verhaal.
  • En jij bent er deel van.