Winkelwagen
Loading
nacht van het donderlicht

🌿 Fabel: De nacht van het donderlicht

In een stille vallei, waar de lucht normaal zacht ademde en de bomen fluisterden in hun slaap, leefden de dieren in een ritme dat al eeuwen bestond.

Maar één nacht per jaar veranderde alles.

De dieren noemden het De nacht van het donderlicht,

een nacht waarin de mensen hun rust vergaten en de hemel vulden met knallen en felle flitsen.


Op een avond kwamen de dieren samen bij de oude wilg, die met zijn wortels diep in de aarde wist wat er komen ging.

De hond Bruno, een trouwe helper die altijd naast zijn mens liep, trilde al bij het eerste gerommel in de verte.

“Waarom doen ze dit?” vroeg hij zacht.

“Ik help hen, ik vertrouw hen… maar in deze nacht lijkt niemand ons te zien.”


DE NACHT VAN HET DONDERLICHT

Naast hem zat Luna, een jonge hond met een warm hart.

Ze keek naar de lucht alsof ze een antwoord zocht.

“Mijn neefje schrok zo erg vorig jaar,” zei ze, “dat zijn hart het niet meer aankon.

Hij is nu aan de overkant van de Regenboogbrug.

Ik begrijp het niet.

Waarom moet vreugde zo luid zijn dat het pijn doet?”


In de takken boven hen zat Pica, de duif.

Haar vleugel hing een beetje scheef;

ze kon nog vliegen, maar niet meer zoals vroeger.

“Ik vloog door de nacht,” vertelde ze, “en een lichtflits verblindde me.

Ik verloor mijn richting en raakte gewond.

Sindsdien kijk ik met één oog naar de hemel en met het andere naar de mensen.

Ik vraag me af of ze weten wat ze doen.”

de nacht van de donder


Aan de rand van de kring stond Raf, de vos.

Hij was niet bang, maar hij was wel boos.

“Ze zeggen dat ze van de natuur houden,” gromde hij,

“maar ze vullen de lucht met rook en geur.

Ze zeggen dat ze geen huizen kunnen bouwen vanwege de lucht, maar één nacht blazen ze meer de lucht in dan een heel dorp in een maand.

En waarvoor?

Voor een knal die meteen weer verdwijnt.”


De oude wilg ritselde zacht.

“Dieren,” sprak hij, “mensen zijn niet slecht.

Ze zijn soms vergeten te luisteren.

Ze denken dat licht en lawaai vreugde brengen, maar ze zien niet dat vreugde ook stil kan zijn.

Dat samen vieren ook zacht kan klinken.

Dat schoonheid niet hoeft te schrikken.”

“Wat moeten we dan doen?” vroeg Bruno.

“Herinneren,” zei de wilg.

“Herinner hen aan zachtheid.

Aan stilte.

Aan de waarde van adem, aarde en leven.

Niet met woede, maar met verhalen. de nacht van donderlicht

Met beelden.

Met woorden die raken.

Laat hen zien dat vreugde niet hoeft te knallen om te bestaan.”

De dieren knikten.

En toen de eerste knallen van de nacht van het donderlicht door de vallei rolden, kropen ze dicht bij elkaar.

Niet uit angst, maar uit verbondenheid.

Ze wisten dat hun verhaal ooit gehoord zou worden.

En misschien, heel misschien, zou er dan een nacht komen waarin de hemel weer donker mocht zijn en de vreugde zacht.

donderlicht