Winkelwagen
Loading

Voor het eerst in mijn leven alleen wonen.....

Het is iets voor half zeven in de ochtend. Voorop de fiets zit mijn mollige anderhalfjarige, met haar haren nog netjes in een staartje te brabbelen, afwisselend met zingen. We zijn onderweg naar de Kabouters, de enige opvang die al zo vroeg de deuren opent. De zon komt net op, de lucht is fris. Ik voel me gelukkig. Mijn werk op de NAH-afdeling begint om zeven uur. Terwijl ik langs de nieuwbouw in aanbouw fiets, voel ik ineens: hier kom ik te wonen. Niet echt realistisch, twintig jaar oud, maar hé sommige ingevingen zijn sterker dan logica.


Een paar maanden later ben ik, ondanks bankmedewerkers die me uitlachten (waarschijnlijk dachten ze dat ik een grap maakte), opeens eigenaar van een nog te bouwen huis. Precies dáár, waar ik dat gevoel had. En weer een paar maanden later woon ik er, samen met mijn dochter. En nu, 16 jaar later, nog steeds.


Vandaag zijn we met de trein onderweg naar Amsterdam. Noa, mag daar een huis betrekken, en die gaan we vandaag bezichtigen op een geweldige plek. Met wat hulp kan ze het voor elkaar krijgen. Terwijl ik naar haar luister, voel ik weer eens vergelijking opkomen. Ik, die op haar leeftijd al een kind had, een huis, volledige verantwoordelijkheid. Als ik haar zo zie, denk ik: op die leeftijd ben je eigenlijk nog echt zo jong. Zij geniet met volle teugen: studeren, feesten, vakanties. Alles waar ik geen tijd of geld voor had. Soms knaagt het dat ik een stuk heb overgeslagen, maar eerlijk gezegd: ik zou het voor geen goud anders willen.


Noa kletst de oren van mijn hoofd in de trein, net als vroeger voorop de fiets. Ze weet goed wat ze wil, en ze zegt dat ik vooral niet alles (lees de kamer, het uit huis gaan) moet verpesten met mijn negativiteit. Ik beloof haar dat ik mijn mond zal houden. Dat ik alleen mijn eerlijke mening geef, en haar steun, als ze toch wel voor kiest, ondanks dat ik het een slecht idee zou vinden.


Na de rondleiding, waar ik Noa haar enthousiasme van haar gezicht kan aflezen, vraagt de verhuurder wat Noa er van vindt, en of ze hier wil wonen? Ze kijkt mij aan, maar ik hou wijselijk mijn mond, zoals afgesproken. Buiten vraagt ze boos waarom ik niets zei. “Omdat jij dat niet wilde,” antwoord ik. En ik voeg toe dat ik het huis juist geweldig vind. Een beetje een mancave misschien, maar dat fleuren we zo op. Lichtjes, kaarsen, mokken en een tafelkleed doen wonderen. Een mancave heeft tenminste geen franjes, die mag je er zelf toevoegen.

En nu, over drie weken, gaat ze verhuizen. Daar gaat ze dan. Voor het eerst in mijn leven zal ik helemaal alleen wonen. Geen kletsende copiloot meer voorop de fiets, geen ‘mam, waar zijn mijn sleutels?’ meer in de gang.

En terwijl ik dat besef langzaam laat bezinken, betrap ik mezelf op nieuwe vragen. Blijf ik hier wonen, in het huis waar alles begon? Of wordt het tijd voor iets nieuws, een appartement, of misschien een klein, schattig huisje dichter bij het strand? Iets wat lichter voelt, makkelijker te verhuren. Ook speelt het idee om dit huis af en toe te verhuren, zodat er wat extra geld binnenkomt. (Ja, af en toe even creatief boekhouden.)

De grote vraag is: hoe ga ik mijn leven nu inrichten?