Winkelwagen
Loading

Frans: Avoir, être, faire en aller · vervoegen en vertalen in kleine stappen · oefenbundel

In de aanbieding
€15.00
€15.00
Aan winkelwagen toegevoegd

Oefenbundel van 116 pagina's om de vervoeging van avoir, être, faire en aller (présent) en de vertaling naar het Nederlands in te oefenen, in kleine stappen. Per werkwoord eerst het enkelvoud, dan het meervoud, dan alles samen. Afwisselend mondeling en schriftelijk, met een spelletje na elk onderdeel. Voor het 5e en 6e leerjaar en het 1e middelbaar.

Avoir, être, faire en aller zijn de eerste Franse werkwoorden die kinderen vanbuiten leren. Ze komen in bijna elke zin terug en ze zijn onregelmatig. Wie ze in één keer moet leren, haalt ze snel door elkaar. Deze bundel neemt ze daarom één voor één.

Eerst de voornaamwoorden: wie is je, tu, il, elle, en wie is nous, vous, ils, elles? Eigen tekeningen tonen wie er praat en over wie het gaat. Daarna komt elk werkwoord apart: eerst het enkelvoud, dan het meervoud, dan de hele vervoeging. Pas daarna komen de werkwoorden samen: être met avoir, faire met aller, en tot slot alle vier door elkaar en met ne … pas.

Elk blad draagt een label: mondeling, schriftelijk, uitleg of luisteren. Zo stel je een sessie vlot samen: wat zeggen, wat schrijven, en een spelletje om af te sluiten. Na elk onderdeel volgt een spel dat precies dat stukje oefent: vier op een rij, muurtje bouwen, drie op een rij of een race op een spelbord.

Elk werkwoord heeft een eigen kleur: être cyaan, avoir koraal, faire groen, aller oker. Op de leerbladen staat een stille letter grijs (je fais) en zie je met een boogje waar je ‘aan elkaar’ spreekt (nous‿allons). Valkuilen krijgen extra aandacht: Frans je is ‘ik’, ‘ik ben tien jaar’ is j’ai dix ans, il fait beau is ‘het is mooi weer’, ils font (doen) en ils vont (gaan) verschillen maar één letter, en na ne … pas wordt du of un ‘de’.

De delen

1 Wie is wie? · 2 Être · 3 Avoir · 4 Faire · 5 Aller · 6 Samen · 7 Door elkaar · 8 Niet: ne … pas · 9 Spelen

Wat zit erin

  • Uitleg voor de logopedist met een stappenschema en een voorbeeld van een sessie
  • Wie is wie: de voornaamwoorden in het enkelvoud, in het meervoud en door elkaar, met gebaren en eigen tekeningen
  • Être, avoir, faire en aller: per werkwoord een blad enkelvoud en een blad meervoud, dan de hele vervoeging met leerblad, dobbelzinnen, pingpong, schrijven, kiezen en vertalen
  • Uitdrukkingen: j’ai faim, j’ai dix ans · faire du vélo, faire la vaisselle, il fait beau · aller à l’école, au lit, chez mamie, ça va, je vais manger
  • Samen: être en avoir, daarna faire en aller, eerst enkelvoud en dan meervoud; dobbelzinnen waarin het kind zelf kiest welk werkwoord past
  • Door elkaar: ils sont of ils ont, avoir of être, faire of aller, welk werkwoord (alle vier), sorteren, vertalen en twee interviews
  • Ne … pas met de vier werkwoorden: niet en geen, je ne fais pas de vélo
  • 24 spelletjes zonder knippen: dobbelsteen, pionnen en potlood volstaan
  • Twee toetsen met een mondeling en een schriftelijk deel, zes hulpkaarten A5 om te plastificeren, sleutel, volgblad en een brief voor ouders

Voor wie

Logopedisten, remedial teachers, zorgleerkrachten en ouders van kinderen in het 5e en 6e leerjaar of het 1e middelbaar die de vervoeging van avoir, être, faire en aller moeilijk onthouden, bijvoorbeeld bij dyslexie of een taalontwikkelingsstoornis.

Formaat

Digitale pdf, 116 pagina's, A4. Afdrukken op 100 %.

© 2026 Logopedie ello. Uitsluitend voor individueel gebruik binnen de eigen praktijk of klas. Verspreiding, doorverkoop of delen via gedeelde drives is verboden.

Je ontvangt een PDF-bestand (8MB)