Taal in kleur: Verhaalstructuur · verhalen begrijpen, navertellen en zelf vertellen voor het 3e leerjaar tot 1e middelbaar · oefenbundel
Oefenbundel van 88 pagina's om de opbouw van een verhaal te oefenen met kinderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar: begin, probleem, poging, afloop en gevoel, elk met de kleuren van de taalreeks. Digitaal product, pdf in A4.
Voor jonge kinderen bestaat heel veel taalmateriaal. Voor kinderen vanaf het derde leerjaar is het aanbod veel kleiner, terwijl de zinnen langer worden, de woorden abstracter en de regels strenger. Net dan loopt therapie vaak vast: wat bij een kleuter werkte, past niet meer bij een kind van tien. Deze bundel is gemaakt voor die oudere kinderen.
BESCHRIJVING
Veel kinderen met een taalprobleem vertellen een rij losse feiten, slaan het probleem over of vergeten de afloop. In school moeten ze verhalen begrijpen, navertellen en zelf schrijven. Deze bundel maakt de opbouw van een verhaal zichtbaar.
Een verhaal heeft vijf onderdelen met een vaste kleur. Het begin bestaat uit wie (geel), waar (paars) en wanneer (oranje). Het probleem is blauw, de poging rood, de afloop bruin en het gevoel groen. De kleuren sluiten aan bij de vertelkaart en de kleurcode.
Twaalf verhalen op drie niveaus komen in alle oefeningen terug, zodat het kind het verhaal kent en zich op de opbouw kan richten. De bundel gaat van onderdelen herkennen, volgorde en verbindingswoorden, vragen en navertellen naar zelf verhalen bedenken en vertellen over jezelf.
Alle bundels van de taalreeks gebruiken dezelfde kleurcode: wie is geel, wat bruin, doet wat rood, wanneer oranje, waar paars, hoeveel of hoe groen en waarom blauw. Wie al met een andere bundel uit de reeks werkt, hoeft de code niet opnieuw te leren.
DE DELEN
1 Onderdelen herkennen · 2 Volgorde en verbindingen · 3 Vragen bij het verhaal · 4 Navertellen · 5 Zelf een verhaal bedenken · 6 Over mezelf vertellen · 7 Verhalen in prenten
WAT ZIT ERIN
• Onderaan elk blad met ruimte een extra opdracht: zelf opgaven maken, woorden in een eigen zin gebruiken of in eigen woorden uitleggen; notitieruimte op de bladen voor de logopedist en de ouders
• Uitleg voor de logopedist, kleurcode, hulpkaart het verhaalpad en een voorbeeldverhaal in kleur
• Twaalf verhalen met vragen in de kleuren van het verhaal, en een oefening over gevoelens
• Onderdelen herkennen: wie, waar en wanneer, welk onderdeel is het, sorteren, welk onderdeel ontbreekt
• Volgorde, tijdswoorden, omdat/want/daarom/maar, twee zinnen verbinden, verwijswoorden
• Navertellen: kernwoordenkaarten, mijn verhaalpad, navertelblad en welk navertellen is beter
• Zelf verhalen bedenken: verhaalmotor met dobbelsteen, het probleem groter maken, een andere afloop, wat klopt er niet
• Over jezelf vertellen: vertelkaart, vertelideeën, mijn weekend
• Verhalen in prenten: acht prentenreeksen met vier of zes prenten om te ordenen en na te vertellen, zes prenten met een probleem om een eigen verhaal bij te bedenken, en tien gevoelsgezichten
• Spelen zonder knippen: het verhaalpad (bordspel) met opdrachtkaarten en verhaalbingo
• Sleutel met antwoorden, volgblad en brief voor ouders
VOOR WIE
Logopedisten, remedial teachers en leerkrachten die werken met kinderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar met een zwak verhaal- of taalbegrip.
FORMAAT
Digitale pdf, 88 pagina's, A4. Afdrukken op 100 %.
GEBRUIK
© 2026 Logopedie ello. Uitsluitend voor individueel gebruik binnen de eigen praktijk of klas. Verspreiding, doorverkoop of delen via gedeelde drives is verboden.