Het kan jou ook overkomen
Dit boekje begint met een jongen.
Jason was zestien toen hij op een ZIKOS-afdeling werd geplaatst. Zeer Intensieve
Observatie en Stabilisatie. Zo heet het officieel. Een afdeling voor jongeren tussen de
twaalf en achttien jaar in een psychiatrische crisis.
Wat hij daar meemaakte heeft hij niet weggestopt. Hij heeft er uiteindelijk een
rapport over geschreven. En daarna nog één. Zonder opdracht. Zonder vergoeding.
Op eigen kracht.
Het eerste rapport verscheen in maart 2024. Hij had 51 jongeren gesproken over hun
ervaringen op de ZIKOS-afdelingen. De verhalen kwamen opvallend veel overeen.
Gemiddeld 20,5 uur per dag op de kamer. Twee uur school per dag. Groepsleiders die
tv keken terwijl de kinderen opgesloten zaten. Vernederingen. Uitscheldingen.
Vrijheidsbeperkende maatregelen als kinderen verdrietig waren. Of opgewekt.
Het tweede rapport verscheen op 9 juni 2026. Jason had de 51 jongeren uit het eerste
rapport opgezocht. Wat hij aantrof was vernietigend. Vijf van hen waren overleden.
Driekwart had een zelfmoordpoging gedaan in de twee jaar tussen de rapporten.
En niemand had hen gebeld. Geen instelling. Geen inspectie. Geen gemeente.
Niemand had gevraagd hoe het ging.
Voor velen voelde dat als een tweede traumatisering.
Dit boekje gaat over dat gevoel. Niet alleen over Jason en de ZIKOS-jongeren. Maar
over het patroon waar zij ongewild in terechtkwamen. Het patroon van mensen die
pech hebben, tegenslag krijgen, de dupe worden van een systeem dat hen had
moeten beschermen. En die vervolgens horen:
Dan had je maar beter je best moeten doen. Is het nou nog niet over?