Doe gewoon normaal
"Doe gewoon normaal."
Iedereen heeft die zin weleens gehoord. Of gezegd. Of gedacht. Waarschijnlijk alle
drie.
Het is een van die zinnen die zo vanzelfsprekend klinkt dat niemand er bij stilstaat.
Gewoon doen. Normaal doen. Niet opvallen. Niet te veel. Niet te weinig. Gewoon.
Maar wat is gewoon? En wie heeft dat bepaald?
Normaal is overal. In de blik van de buurvrouw als je iets anders doet dan zij
verwacht. In de opmerking van je moeder die eigenlijk geen opmerking is maar een
oordeel. In het gevoel dat je krijgt als je ergens binnenloopt en merkt dat je niet past.
Te luid. Te stil. Te anders. Te veel.
Normaal is onzichtbaar totdat je ertegenaan loopt.
En dan is het ineens overal.
Dit boekje gaat over normaal. Waar het vandaan komt. Hoe het verandert. Wat het
doet met mensen die erin passen — en met mensen die er niet in passen. Over de
voor- en nadelen van een samenleving die graag weet waar ze aan toe is. Over goed
en fout, en wie dat eigenlijk bepaalt.
Het geeft geen antwoord op wat normaal is. Dat zou ook raar zijn. Want dat is nou
juist het punt.
Normaal bestaat niet.
Maar iedereen doet er gewoon aan mee.