Taal in kleur: Voornaamwoorden · hij, hem, hun, mijn, zich, dit en welk goed gebruiken voor het 3e leerjaar tot 1e middelbaar · oefenbundel
Oefenbundel van 55 pagina's voor kinderen in Vlaanderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar: persoonlijke, bezittelijke, wederkerende, aanwijzende en vragende voornaamwoorden, met hen en hun, ons en onze en zich als vaste aandachtspunten. Digitaal product, pdf in A4.
Voor jonge kinderen bestaat heel veel taalmateriaal. Voor kinderen vanaf het derde leerjaar is het aanbod veel kleiner, terwijl de zinnen langer worden, de woorden abstracter en de regels strenger. Net dan loopt therapie vaak vast: wat bij een kleuter werkte, past niet meer bij een kind van tien. Deze bundel is gemaakt voor die oudere kinderen.
BESCHRIJVING
Voornaamwoorden komen in elke zin terug: hij, hem, haar, hun, mijn, zich, dit. Kinderen met een taalprobleem herhalen daardoor vaak een naam in plaats van hij te zeggen, kiezen hem in plaats van hij, verwarren hen en hun of weten niet wie met zij bedoeld wordt. In de klas en in tekstbegrip zorgt dat voortdurend voor fouten.
In de bundel krijgt een voornaamwoord de kleur van het blok dat het vervangt, met een gestippelde rand. Lotte is geel (wie), zij is geel met een gestippelde rand. Zo ziet het kind dat een voornaamwoord de plaats van een blok inneemt. De bundel gebruikt de kleurcode van de taalreeks: het werkwoord blijft rood op plaats 2.
Hen en hun, de grootste struikelblokken, krijgen twee wegen: de aan-proef (ik geef hun een boek = ik geef een boek aan hen) en de veilige weg met ze. Bij ons en onze, hun en haar en zich en hem is er telkens een duidelijke regel op een hulpkaart. De bundel is geschreven in standaardtaal; tussentaal (ons mama, zijn boek voor jouw boek) wordt benoemd als omgangstaal.
Alle bundels van de taalreeks gebruiken dezelfde kleurcode: wie is geel, wat bruin, doet wat rood, wanneer oranje, waar paars, hoeveel of hoe groen en waarom blauw. Wie al met een andere bundel uit de reeks werkt, hoeft de code niet opnieuw te leren.
DE DELEN
1 Wie of wat vervang ik? · 2 Mij, jou, hem, haar, ons, hen en hun · 3 Van wie is het? · 4 Zich en me · 5 Dit, dat, deze en die · 6 Wie, wat en welk? · 7 Wie bedoel ik? · 8 Alles door elkaar · 9 Voornaamwoorden bij een prent
WAT ZIT ERIN
• Uitleg voor de logopedist en vier hulpkaarten: een voornaamwoord vervangt een blok, persoonlijke voornaamwoorden, bezittelijke voornaamwoorden, zich, dit en wie
• Ruim 30 oefenbladen op drie niveaus: welk woord vervangt het blok, vooraan of achteraan, hen of hun, ons of onze, hun, haar of zijn, wie doet het bij wie, dit, dat, deze of die, wie, wat of welk, wie bedoelt het woord, verbeter het woord en zet de blokken in volgorde
• Vier prenten met mensen die iets met elkaar doen (geven, zwaaien, zich wassen, dichtbij en veraf): het kind vervangt het onderstreepte stuk door het juiste voornaamwoord
• Spelen zonder knippen: het voornaamwoordenpad en een bingo met voorleeslijst
• Sleutel met antwoorden, volgblad en brief voor ouders
• Eigen illustraties, rustige lay-out
VOOR WIE
Logopedisten, remedial teachers en leerkrachten in Vlaanderen die werken met kinderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar die moeite hebben met voornaamwoorden.
FORMAAT
Digitale pdf, 55 pagina's, A4. Afdrukken op 100 %.
GEBRUIK
© 2026 Logopedie ello. Uitsluitend voor individueel gebruik binnen de eigen praktijk of klas. Verspreiding, doorverkoop of delen via gedeelde drives is verboden.