Taal in kleur: Zinnen begrijpen · lijdende zinnen, die-zinnen, vraagzinnen, ontkenning en vergelijken voor het 3e leerjaar tot 1e middelbaar · oefenbundel
Oefenbundel van 76 pagina's om ingewikkelde zinnen te begrijpen met kinderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar: wie doet wat met wie (met pijlen en prenten), lijdende zinnen, zinnen met die en dat, vraagzinnen, ontkenning, voordat en nadat, vergelijken en volgorde. Digitaal product, pdf in A4.
Voor jonge kinderen bestaat heel veel taalmateriaal. Voor kinderen vanaf het derde leerjaar is het aanbod veel kleiner, terwijl de zinnen langer worden, de woorden abstracter en de regels strenger. Net dan loopt therapie vaak vast: wat bij een kleuter werkte, past niet meer bij een kind van tien. Deze bundel is gemaakt voor die oudere kinderen.
BESCHRIJVING
Een kind hoort De muis wordt door de kat gekieteld en wijst de kat aan als gekieteld. De woorden zijn gekend, de zin niet. Veel kinderen met een taalprobleem begrijpen een zin goed zolang de volgorde wie-doet-wat blijft, maar haken af bij een omgekeerde zin, een stuk zin met die of dat, een vraag die in een zin zit, een ontkenning of een vergelijking.
De bundel maakt die verbanden zichtbaar. Bij de eerste delen koppelt het kind een zin aan een prent met een pijl die loopt van wie het doet naar wie het krijgt. De zinnen staan in kleurblokken: geel is wie het doet, bruin wie of wat het krijgt, rood het werkwoord. Daarna volgen zinnen met twee handelingen, die en dat, de volgorde met voordat, nadat en terwijl, en vergelijken van twee of drie dingen.
Nieuw in deze versie: vraagzinnen begrijpen (welke kleur zoekt de vraag, welke vraag hoort bij het antwoord, ja of nee, door wie en aan wie, een vraag in een zin) en ontkenning begrijpen (niet, geen, niemand, niets, nergens en nooit, niet dit maar dat, nee of jawel). Voor elk onderdeel zijn er voorleesbladen, zodat zwakke lezers niet hoeven te lezen.
Alle bundels van de taalreeks gebruiken dezelfde kleurcode: wie is geel, wat bruin, doet wat rood, wanneer oranje, waar paars, hoeveel of hoe groen en waarom blauw. Wie al met een andere bundel uit de reeks werkt, hoeft de code niet opnieuw te leren.
DE DELEN
1 Wie doet wat met wie? · 2 Lijdende zinnen · 3 Wie bedoel ik? · 4 Zinnen met die · 5 Voordat, nadat en terwijl · 6 Vergelijken · 7 Alles door elkaar · 8 Meer over die en dat · 9 Vraagzinnen begrijpen · 10 Ontkenning begrijpen · 11 Vergelijken in woorden, plaats en tekenen
WAT ZIT ERIN
• Onderaan elk blad met ruimte een extra opdracht: zelf opgaven maken, woorden in een eigen zin gebruiken of in eigen woorden uitleggen; notitieruimte op de bladen voor de logopedist en de ouders
• Uitleg voor de logopedist, de pijlregel en hulpkaarten voor die en dat, vraagzinnen en ontkenning
• Eigen prenten met dieren en beroepen, zin op het blad of voorgelezen
• Lijdende zinnen: wie doet het en wie krijgt het, door vooraan, draai de zin om
• Zinnen met die, voordat en nadat, vergelijken en alles door elkaar
• Vraagzinnen: de kleur van de vraag, welke vraag past bij het antwoord, ja of nee, door wie en aan wie
• Ontkenning: wat is er niet, niet dit maar dat, klopt het, ja nee of jawel
• Vergelijken in woorden, waar staat het in de rij en teken wat je hoort
• Spelen: zes spelletjes zonder materiaal, pijlbingo en het bordspel Zinnenrace
• Voorleesbladen en sleutel, volgblad en brief voor ouders
VOOR WIE
Logopedisten, remedial teachers en leerkrachten die werken met kinderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar met een zwak zinsbegrip.
FORMAAT
Digitale pdf, 76 pagina's, A4. Afdrukken op 100 %.
GEBRUIK
© 2026 Logopedie ello. Uitsluitend voor individueel gebruik binnen de eigen praktijk of klas. Verspreiding, doorverkoop of delen via gedeelde drives is verboden.