Winkelwagen
Loading

De Piekgids

In de aanbieding
€39.00
€39.00
Aan winkelwagen toegevoegd

Een hoofdwedstrijd heeft een datum, een piek niet. De piek is de periode waarin de vorm van een loper het hoogst staat, en geen plan kan die vooraf tot op de dag vastleggen. Een plan kan wel belasting en herstel zo over de maanden verdelen dat die periode zo goed mogelijk samenvalt met de wedstrijd die telt. Dat ordenen heet periodiseren, en daarover gaat dit boek.

Over de beste manier om dat te doen, bestaan veel modellen en weinig vergelijkingen. Bij gelijke totale belasting wijzen de gecontroleerde studies bij duursporters geen model aan dat de prestatie duidelijk meer verbetert, en bij lopers bestaan zulke studies nauwelijks. Wat studies en beschrijvingen van goede lopers samen wel ondersteunen, is kleiner en bruikbaarder: een stabiele basis die het hele jaar blijft, accenten die geleidelijk naar de wedstrijd verschuiven, vermoeidheid die beheerd wordt in plaats van zich ongepland op te stapelen, en een taper die een deel van het volume weghaalt, maar de intensiteit en het ritme van de trainingen behoudt.

Daarop rust het hele boek: de piek wordt in de maanden vóór de wedstrijd gebouwd. De taper laat in de laatste weken vooral de vermoeidheid wegvallen en maakt zo zichtbaar wat in die maanden opgebouwd is. Hij kan de piek nog aanscherpen, maar de opbouw vervangt hij niet.

Dit boek belooft daarom geen model dat wint en geen formule voor de piekdag. Per onderwerp legt het naast elkaar wat gemeten is, wat goede lopers en hun coaches beschrijven en wat alleen af te leiden valt, en het houdt die drie uit elkaar. Elk hoofdstuk zegt in een eigen kader hoe stevig de inhoud staat: stevig onderbouwd, vooral praktijk of nog open. Komt een waarde uit het zwemmen, het fietsen of de langlauf, dan staat dat bij de bevinding. En steunt een aanpak op de praktijk en niet op onderzoek, dan heet hij ook zo: een werkwijze uit de praktijk. Zo staat ook de trechter van Renato Canova erin, het beeld waarin het lange, tragere werk en het korte, snellere werk naar het wedstrijdtempo toe schuiven, met een eigen figuur en met de vermelding dat geen studie hem met een andere opbouw vergeleek.

Wat je erin vindt

  • Het kader — waar de periodiseringsmodellen vandaan komen, wat ze beloven, wat er overeind blijft als het onderzoek ernaast gelegd wordt, en wat goede lopers werkelijk doen.
  • De biologie onder het plan — hoe belasting tot aanpassing leidt, hoe fitheid, vermoeidheid en vorm samenhangen, overreaching en overtraining, en wat er verdwijnt als de training stilvalt.
  • Het jaar bouwen — terugtellen vanaf het hoofddoel, blokken en herstelweken, accenten die verschuiven, één tijdlijn voor kracht, hoogte, hitte en voeding, en het jaar per afstand.
  • Meten en bijsturen — monitoring zonder wondermeting, testen op de scharnierpunten van het plan, en bijsturen als ziekte, een blessure of een drukke periode het plan doorkruist.
  • De taper — waarom een taper werkt, wat de meta-analyses zeggen, hoe hij per afstand en niveau verschilt, en wat er in de weken ervoor gebeurt.
  • Pieken — één piek of meer, kampioenschappen met reeksen en finales, en de wedstrijdweek en de wedstrijddag. Over meerdere pieken is het bewijs het zwakst van het hele boek, en dat staat er ook.
  • Bijzondere lopers en de lange termijn — de vrouwelijke loper, masters en de recreatieve loper met weinig tijd, de jonge loper en de loopbaan, en het seizoen op één blad: tien beslissingen van het hoofddoel tot de overgang, met een jaarschema om in te vullen.

Elk hoofdstuk sluit af met een kader «Voor de coach» en een samenvatting. Met zeven referentielijsten — één per deel — en een woordenlijst van 159 begrippen met de betekenis die ze in dit boek hebben.

Voor wie

Coaches en ambitieuze atleten die een seizoen opbouwen naar een of enkele wedstrijden die tellen: wie een jaarplan opstelt, een taper uitstippelt of een plan bijstuurt als het seizoen anders loopt dan gepland. Het boek bestrijkt het loopspectrum van 800 m tot de marathon; trail en ultra komen kort aan bod, omdat er voor die lopers geen gecontroleerd onderzoek naar periodiseren of taperen bestaat. Hoe een drempel bepaald wordt en hoe een lactaattest verloopt, staat in De Drempelgids en De Lactaatgids.

Het boek geeft geen medisch advies en geen persoonlijk plan. Waar het over ziekte, overtraining of het hart gaat, beschrijft het welke signalen een coach kan herkennen; de diagnose hoort bij een arts. De tabellen en werkwijzen bieden een structuur; een persoonlijk plan vraagt kennis van de atleet en, voor de zones, een test.

Omvang

482 pagina's · 27 hoofdstukken · 48 figuren · 27 tabellen · 341 bronnen (met DOI waar beschikbaar) · zeven referentielijsten · woordenlijst met 159 begrippen.

Je ontvangt een PDF-bestand (7MB)