Taal in kleur: Tussentaal en spreekwoorden · kiezen tussen tussentaal en standaardtaal en uitdrukkingen en spreekwoorden begrijpen voor het 3e leerjaar tot 1e middelbaar · oefenbundel
Oefenbundel van 72 pagina's voor kinderen in Vlaanderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar: kiezen welke taal past (tussentaal of standaardtaal), de vaakst voorkomende kenmerken van tussentaal omzetten en uitdrukkingen en spreekwoorden begrijpen, afmaken en toepassen. Digitaal product, pdf in A4.
Voor jonge kinderen bestaat heel veel taalmateriaal. Voor kinderen vanaf het derde leerjaar is het aanbod veel kleiner, terwijl de zinnen langer worden, de woorden abstracter en de regels strenger. Net dan loopt therapie vaak vast: wat bij een kleuter werkte, past niet meer bij een kind van tien. Deze bundel is gemaakt voor die oudere kinderen.
BESCHRIJVING
Kinderen in Vlaanderen groeien op met twee soorten taal. Thuis en onder vrienden spreken ze vaak tussentaal. Op school verwachten leerkrachten standaardtaal: in spreekbeurten, verslagen en brieven. Kinderen met een taalprobleem mengen de twee vaak zonder dat ze het merken, en schrijven da en ni in hun taak. Ze begrijpen uitdrukkingen en spreekwoorden bovendien vaak letterlijk, terwijl leerkrachten en teksten ze voortdurend gebruiken.
Tussentaal is geen fout van het kind. Het is de taal van thuis en van vrienden, en ze mag blijven. De bundel leert het kind kiezen: standaardtaal waar het nodig is, tussentaal waar het past. Tussentaal is paars en staat voor thuis en vrienden, standaardtaal is groen en staat voor klas, verslag en brief.
In deel 1 tot 5 oefent het kind: welke taal past bij wie en waar, ge en gij voor je en jij, da, wa, ni, goe, nen, ne en ons, en tussenwoordjes zoals allez en amai. In deel 6 tot 8 volgt figuurlijke taal: letterlijk of figuurlijk, 42 uitdrukkingen en 24 spreekwoorden in drie niveaus, telkens met de betekenis in gewone woorden. Alle zinnen en situaties zijn nieuw geschreven.
Alle bundels van de taalreeks gebruiken dezelfde kleurcode: wie is geel, wat bruin, doet wat rood, wanneer oranje, waar paars, hoeveel of hoe groen en waarom blauw. Wie al met een andere bundel uit de reeks werkt, hoeft de code niet opnieuw te leren.
DE DELEN
1 Welke taal past? · 2 Ge en gij worden je en jij · 3 Dat, wat, niet en goed · 4 Een, mijn en eens · 5 Tussenwoordjes en alles door elkaar · 6 Letterlijk of figuurlijk? · 7 Uitdrukkingen · 8 Spreekwoorden
WAT ZIT ERIN
• Onderaan elk blad met ruimte een extra opdracht: zelf opgaven maken, woorden in een eigen zin gebruiken of in eigen woorden uitleggen; notitieruimte op de bladen voor de logopedist en de ouders
• Uitleg voor de logopedist en hulpkaarten: zo zeg je het in de klas en letterlijk of figuurlijk in vier stappen
• Zoek de tussentaal, zeg het in de klas, zeg het nog eens en vertel in standaardtaal
• Letterlijk of figuurlijk, welke zin is figuurlijk, wat betekent het, maak de uitdrukking af
• Zo sterk als een beer: vergelijkingen met een dier
• Teken wat er letterlijk staat en schrijf je eigen zin
• Welk spreekwoord past bij de situatie en leg het uit
• Spelen zonder knippen: twee memory's, het bordspel De taalreis en betekenisbingo
• Sleutel met antwoorden, volgblad en brief voor ouders
VOOR WIE
Logopedisten, remedial teachers en leerkrachten in Vlaanderen die werken met kinderen van het 3e leerjaar tot het 1e middelbaar die moeite hebben met standaardtaal of met uitdrukkingen en spreekwoorden.
FORMAAT
Digitale pdf, 72 pagina's, A4. Afdrukken op 100 %.
GEBRUIK
© 2026 Logopedie ello. Uitsluitend voor individueel gebruik binnen de eigen praktijk of klas. Verspreiding, doorverkoop of delen via gedeelde drives is verboden.