Woordsoorten · 2 gratis hulpkaarten
Twee gratis hulpkaarten (pdf, A4 liggend) over woordsoorten, elk met voorbeelden, een testje en gekleurde voorbeeldzinnen. Niveau 1: lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord en werkwoord. Niveau 2 voor oudere leerlingen: voornaamwoord, voorzetsel, bijwoord met tijds-, plaats- en wijzebepaling, en voegwoord.
BESCHRIJVING
Kinderen die woordsoorten leren, hebben houvast nodig. Deze kaarten geven per woordsoort in een paar regels wat het is, met voorbeelden en een testje waarmee het kind zelf kan controleren. Het testje is telkens een vraag die het kind aan het woord stelt: kan er de, het of een voor? Past daar of dan in de plaats? Verandert het met de tijd? Staat het werkwoord daarna achteraan?
De kleuren zijn dezelfde als in de taalbundels van logopedie ello: het werkwoord is rood, het zelfstandig naamwoord bruin (een persoon geel), het bijvoeglijk naamwoord groen, een tijdsbepaling oranje, een plaatsbepaling paars en een bijzin met omdat of zodat cyaan. Het lidwoord en het voorzetsel krijgen geen eigen kleur, ze horen bij het naamwoord erna. Het voegwoord is een donker knoopje. Onderaan elke kaart staan voorbeeldzinnen waarin elk woord zijn kleur en zijn naam krijgt.
WAT ZIT ERIN
Hulpkaart 1 · niveau 1
- Het lidwoord: de, het en een
- Het zelfstandig naamwoord (wie/wat-woord): personen, dieren, planten en bomen, dingen, plaatsen, dingen die je niet kan aanraken en eigennamen
- Het bijvoeglijk naamwoord (hoe-woord): kleuren, eigenschappen, grootte en vorm, smaak en temperatuur
- Het werkwoord (doe-woord): wat iemand doet, wat er gebeurt, denken en vinden, zijn en worden
Hulpkaart 2 · niveau 2
- Het voornaamwoord: persoonlijk, bezittelijk en aanwijzend
- Het voorzetsel: plaats, tijd en manier
- Het bijwoord en de bepalingen: tijdsbepaling (wanneer), plaatsbepaling (waar) en wijzebepaling (hoe)
- Het voegwoord: en, maar, want, of, dus, en de bijzinnen met omdat, zodat, als, toen, terwijl, zodra en dat
- Op elke kaart een testje en gekleurde voorbeeldzinnen
VOOR WIE
Logopedisten, leerkrachten en ouders van kinderen in de lagere school en de eerste jaren middelbaar die woordsoorten leren herkennen, bijvoorbeeld bij taal, zinsbouw of werkwoordspelling. Niveau 1 is de basis; niveau 2 is voor wie de vier basissoorten al kent.
HOE GEBRUIK JE HET
Print de kaarten op A4, eventueel geplastificeerd, en leg ze naast het blad of hang ze aan de muur. Zoek eerst het werkwoord, doe dan het testje bij de andere woorden en kleur de woorden in de kleur van hun woordsoort.
FORMAAT
Digitale pdf, 2 pagina's, A4 liggend. Afdrukken op 100 %.
GEBRUIK
© 2026 Logopedie ello. Uitsluitend voor individueel gebruik binnen de eigen praktijk of klas. Verspreiding, doorverkoop of delen via gedeelde drives is verboden.