Loopeconomie - voor coaches en ambitieuze atleten (NL)
** De derde determinant van duurloopprestatie naast VO2max en 'drempel(s)'. Bepaalt de kost van elke stap hoe snel je loopt.**
Twee lopers met dezelfde VO2max en dezelfde 'drempel' kunnen toch een hele eind na elkaar de finish overschrijden. Het verschil zit vaak in de loopeconomie: hoeveel energie het kost om bij een gegeven snelheid vooruit te komen. Het is de determinant die het minst wordt begrepen en het vaakst verkeerd wordt gemeten en tegelijk de determinant waarop een atleet jaren vooruitgang kan blijven boeken.
Deze gids bouwt het verhaal op van meting naar hefboom. Eerst wat loopeconomie precies is, en waarom veel gepubliceerde cijfers onbetrouwbaar zijn. Dan de biologische basis: vezeltypologie, de pees als veer, de mitochondriën en de koppeling. En ten slotte de hefbomen waar een coach en ambitieuze runner echt iets mee kan: kracht, techniek, volume, schoenen en voeding, telkens met eerlijke vermelding van hoe sterk het bewijs is.
**Wat je erin vindt**
- Wat loopeconomie is, en de meetvalkuilen die cijfers onbetrouwbaar maken
- De biologische basis: spiervezeltypologie, de pees als veer, de mitochondriën en de koppelingsefficiëntie
- De hefbomen: krachttraining (de best onderbouwde), techniek en loopscholing, volume, intervallen en heuvels
- Schoentechnologie en voeding, met de nuance die de reclame weglaat
- Loopeconomie onder vermoeidheid: het verval, en hoe je het traint
- Meten en programmeren: veldtests, typologie en een blok van twaalf weken
- Een woordenlijst waarin elke vakterm kort wordt toegelicht
**Een paar dingen die je hier vindt en elders zelden**
- Waarom veel economiecijfers niet altijd correct zijn en hoe je zelf een bruikbare meting opzet in plaats van je te verliezen in ruis.
- De pees als veer of hoeveel van de energie per stap 'gratis' is, en wat dat betekent voor krachttraining.
- De koppelingsefficiëntie: dat men best niet alleen maar mitochondriën 'telt', maar hoeveel bruikbare energie ze per molecule zuurstof leveren.
- Economie onder vermoeidheid: waarom een profiel dat in uitgeruste toestand mooi is, na twee uur heel anders kan liggen, en hoe je juist dat vermogen aanpakt.
**Voor wie**
Coaches en ambitieuze atleten die al weten wat VO2max en 'drempel(s)' zijn, en die de derde determinant net zo serieus willen nemen als de eerste twee.
**Omvang**
72 pagina's
27 figuren
54 wetenschappelijke bronnen (met DOI waar beschikbaar)
Woordenlijst